24-07-08

17DE (ZEVENTIENDE) ZONDAG DOOR HET JAAR

Eerste lezing : 1 K 3,5.7-12 .

In die dagen verscheen de Heer 's nachts in een droom aan Salomo en zei: "Wat wilt ge dat Ik u geef?" Salomo antwoordde: "Heer mijn God, Gij hebt uw dienaar tot koning verheven als opvolger van mijn vader David, hoewel ik maar een jonge man ben en nog niet weet wat ik doen of laten moet. Zo staat uw dienaar temidden van het volk dat Gij uitverkoren hebt, een groot volk, zo groot dat het niet te tellen of te schatten is. Geef dus uw dienaar een opmerkzame geest, om recht te kunnen spreken voor uw volk en onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad. Want wie is in staat recht te spreken voor dit grote volk van U?" Dit verzoek van Salomo behaagde de Heer. En God zei tot hem: "Omdat ge juist dit gevraagd hebt en niet gevraagd hebt om een lang leven en ook niet om rijkdom, evenmin om de dood van uw vijanden, maar omdat ge inzicht gevraagd hebt om recht te kunnen spreken, daarom voldoe Ik aan uw verzoek en geef Ik u een geest vol wijsheid en begrip, zoals voor u niemand ooit heeft gehad en ook na u niemand zal hebben."

Tweede lezing : Rom 8,28-30 . Verwijzing : Rom 8,28-30 .

Broeders en zusters, wij weten, dat God in alles het heil bevordert van die Hem liefhebben, van hen die volgens zijn raadsbesluit geroepen zijn. Want die Hij tevoren heeft gekend, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid met het beeld van zijn Zoon, opdat Deze de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. Die Hij heeft voorbestemd, heeft Hij ook geroepen. Die Hij riep, heeft Hij gerechtvaardigd, en die Hij rechtvaardigde, heeft Hij verheerlijkt.

Evangelie : Mt 13,44-46 . Verwijzing : Mt 13,44-46 .

In die tijd zei Jezus tot de menigte: "Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem vond, verborg hij hem weer, en in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker. Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een koopman, op zoek naar mooie parels. Toen hij een parel van grote waarde had gevonden, ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht haar."

09:07 Gepost door BIJBELLEERHUIS in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

18DE (ACHTTIENDE) ZONDAG DOOR HET A-JAAR

Eerste lezing : Js 55,1-3 .

Zo spreekt God de Heer: "Komt naar het water, gij allen die dorst lijdt! Ook gij die geen geld hebt, komt toch. Komt kopen, geniet zonder geld en zonder te betalen. Komt kopen wijn en melk. Wat geeft gij uw geld voor iets dat geen brood is? Wat geeft gij uw arbeid voor iets dat niet voedt? Luistert, luistert naar Mij: dan eet gij wat goed is, dan verzadigt gij u aan heerlijke spijs. Neigt uw oor en komt naar Mij en luistert en gij zult leven."

Tweede lezing : Rom 8,35.37-39 . Verwijzing : Rom 8,35.37-39 .

Broeders en zusters, wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking wellicht of nood, vervolging, honger, naaktheid, levensgevaar of het zwaard? Over dit alles zegevieren wij glansrijk, dank zij Hem die ons heeft liefgehad. Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen, noch boze geesten, noch wat is noch wat zal zijn, en geen macht in den hoge of in de diepte, nocenig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.

Evangelie : Mt 14,13-21 . Verwijzing . Mt 14,13-21 .

In die tijd voer Jezus in een boot naar een eenzame plek om alleen te zijn. Maar het volk kwam dit te weten en zij gingen Hem van uit hun steden te voet achterna. Toen Hij bij zijn landing dan ook een grote menigte zag, kreeg Hij diep medelijden met hen en Hij genas hun zieken. Tegen het vallen van de avond kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: "Deze plek is eenzaam en het is al laat op de dag. Stuur dus het volk weg om in de dorpen eten te gaan kopen." "Het is niet nodig dat zij weggaan, zei Jezus hun, geeft gij hun maar te eten." Doch zij antwoordden: "Wij hebben hier niet meer dan vijf broden en twee vissen." Waarop Jezus sprak: "Brengt die dan hier." En Hij gaf opdracht dat het volk zich zou neerzetten op het gras. Hij nam de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, en nadat Hij de zegen had uitgesproken, brak Hij de broden die Hij aan zijn leerlingen gaf en de leerlingen gaven ze weer aan het volk. Allen aten tot ze verzadigd waren en aan overgebleven brokken haalde men nog twaalf volle korven op. Het waren ongeveer vijfduizend mannen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet meegerekend.

09:02 Gepost door BIJBELLEERHUIS in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |

18-07-08

16DE (ZESTIENDE) ZONDAG DOOR HET A-JAAR

Eerste lezing : W 12,13.16-19 .

Naast U is er geen andere God, die zorg draagt voor alles, geen andere God, voor wie Gij waar zoudt moeten maken, dat Gij niet onrechtvaardig hebt geoordeeld. Uw macht is de grond van uw rechtvaardigheid, en omdat Gij over allen heerst, behandelt Gij allen ook met zachtheid. Waar men aan uw volstrekte macht niet gelooft, daar toont Gij uw kracht en bij degenen die haar ervaren hebben neemt Gij alle grond tot overmoed weg. Gij echter, die over de macht beschikt, met veel zachtheid spreekt Gij uw oordeel uit en Gij bestuurt ons met veel goedertierenheid, want Gij kunt uw macht tonen, wanneer Gij maar wilt. Door zo te doen hebt Gij uw volk geleerd, dat de rechtvaardige een vriend van de mensen moet zijn, en hebt Gij uw zonen hoopvol gestemd dat Gij daar waar gezondigd wordt de kans tot inkeer biedt.

Tweede lezing : Rom 8,26-27 . Verwijzing : Rom 8,26-27 .

Broeders en zusters, de Geest komt onze zwakheid te hulp. Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij die de harten doorgrondt, weet waar de Geest op zint, want Hij pleit voor de heiligen naar Gods bedoeling.

Evangelie : Mt 13,24-30 . Verwijzing : Mt 13,24-30 .

In die tijd hield Jezus de menigte deze gelijkenis voor: "Het Rijk der hemelen gelijkt op een man die op zijn akker goed zaad had gezaaid; maar terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging heen. Toen de halmen opgeschoten waren en vrucht hadden gezet, was ook het onkruid te zien. Nu gingen de knechten naar hun meester en zeiden hem: Heer, ge hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid? Hoe komt dan dat er onkruid op staat? Hij antwoordde hun: Dat is het werk van een vijand. De knechten zeiden tot hem: Wilt ge dan dat we het bijeengaren? Maar hij zei: Neen, ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt. Laat beide samen opgroeien tot de oogst, en met de oogsttijd zal ik de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bussels om te verbranden; maar slaat de tarwe op in mijn schuur."

15:59 Gepost door BIJBELLEERHUIS in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bijbel, liturgie |  Facebook |